




Een tijdje geleden kregen we zelfs tijdens het weerbericht (!!) drie venstertjes te zien...

Hebt u ooit een boot gezien op de PLANEET die leeg naar een eiland vaart om passagiers op te laden en leeg terugkeert? Alleen in IOANNINA doet de gouverneur mij dat aan!










Kyria Konstandina belt me op een middag half in paniek op dat ze de elektriciteitsrekening gekomen is, en ze bang is dat ze de stroom zullen afsnijden – want ze heeft geen geld. De rekening bedraagt 130 euro; ze heeft nauwelijks 15 euro op zak. Ik kan geen touw vastknopen aan haar antwoord waarom haar broer haar geen geld geeft (ze werkt per slot van rekening in zijn advocatenkantoor als secretaresse). (Later zal ze me vertellen dat ze in ruzie ligt met haar broer, omdat hij haar maar 250 euro wil betalen, maandelijks). Ze vraagt me de huur voor volgende maand al gedeeltelijk op voorhand te betalen, zodat ze toch geld heeft om de elektriciteit te betalen; want in een koud huis zou ze alleen maar zieker worden nietwaar.
Kyria Konstandina heeft zich opgetoeterd. Haar haren zijn helemaal opgetoefd, een permanent haast jaren stillekens – persoonlijk vind ik dat ze er nu pas echt haar leeftijd uitziet (48, maar ze heeft eigenlijk geen rimpels, en oorspronkelijk schatte ik haar zeker 8 jaar jonger), en haar nagels versgelakt. Aanleiding: een vriendin van haar heeft een blind-date geregeld met een apotheker. Enige minpunt: hij is een beetje ‘pachoulis’ – een eufemisme voor ‘hij zit goed in het vlees’. Maar zal hij mij wel willen? Hij zal vast wel geld hebben he, als apotheker. Maar zou ik dat wel doen, een afspraak zonder dat ik hem gezien heb – hij zegt zelf dat hij pachoulis is? Ik zou eens langs de apotheek kunnen passeren; maar zo ver weg – moet ik dan een taxi nemen, ik heb nauwelijks geld op zak. En zal hij mij willen, Raissa, zal hij mij wel willen? Ik heb maar voor verpleegster gestudeerd… Kyria Konstandina is een en al twijfel en aporie. Ze spreekt me luid toe, klaar en duidelijk overloopt ze al haar twijfels, luid, bijna alsof ze boos is. En ook dat ze zo’n pij-ij-ijn heeft. Mijn middel breekt in tweeën, het zit in mijn botten, en ik ben zo vermagerd, ik heb geen ap-pe-tijt, en die kine die helpt langs geen kanten.
En ze durft hem niet bellen. Uiteindelijk stop ik haar letterlijk de telefoonhoorn in de handen en ze glimlacht verlegen. Ze grabbelt al haar moed bijeen en tikt zorgvuldig het telefoonnummer in, alsof ze bang is een fout nummer te vormen. Aan de telefoon verandert haar timbre volledig. Ze is een en al glimlach en praat zachter, ze is duidelijk op de versiertoer en ze vraagt hem of hij gegeten heeft (!), of hij honger heeft. Ze gedraagt zich een beetje als een bakvis. Hij wil nog deze avond uitgaan, maar dat wil zij niet. Ze zou wel de dag erop, in de namiddag willen afspreken. Ik laat het erbij en neem afscheid.
De dag erop, en de dag daarop, informeer ik of het rendez-vous doorgegaan is. Negatief. Blijkbaar heeft ze toch niet gedurfd. En hij belt niet meer. Zie je wel, hij wil mij niet. Hij zal waarschijnlijk niet eens willen trouwen. Want hij heeft een lief gehad voor wel vijf jaar, en ja, als hij die zo lang had – waarom is hij er dan niet mee getrouwd? Dat is toch niet normaal! Hij zal wel niet willen trouwen. En hij zal mij wel niet willen. Anders zou hij toch bellen!
Ik zucht, en ik ben het moe altijd maar op haar in te praten en haar aan te sporen zelf te bellen en de boot niet constant af te houden. Maar uiteindelijk luistert ze toch niet. Ik wil vertrekken, maar ze blijft doorpraten, ze laat me niet doorgaan, en begint weer over haar middel, haar botten, haar gewicht, haar rug, haar geldproblemen, haar schuif vol medicijnen, haar algemene zwakte - ik kan amper nog praten, roept ze me toe.
Bij Kyria Konstandina komt het eropaan tegen haar in te praten, op haar in te praten zelfs, zodat ze zelf kan luisteren, en als het nodig is ook de stem te verheffen; dat doen ze hier per slot van rekening allemaal. Als ze al niet naar de buurvrouw telefoneert (drie stappen verder – je hoort doorheen de muren de telefoon daar overgaan!) dan roept ze gewoon doorheen de deur.
Ook mij roept ze af en toe van bovenaan, en nu roep ik gewoon luidkeels en met langgerekte klinkers ‘ik koooooooooooooom’ ofte ‘eeeeeeeeeeeeeeeeeeeeerchomeeeeee!’
Ik vind het nog steeds moeilijk weerstand te bieden als ze me weer eens bij haar wil houden en ik echt geen zin heb om weer urenlang te luisteren naar steeds hetzelfde. Eigenlijk is ze een geboren redenaar denk ik. Ze houdt je letterlijk in haar greep met haar woorden. Niet dat het zo interessant is allemaal, maar ze spijkert je terplaatse vast met haar doordringende blik en haar luide – bijna kwade – stem.
Als ze me al niet naar binnen roept, komt ze zelf af. Ik durf nauwelijks nog op het koertje (tussen mijn slaapkamer en haar woonkamer) om de was op te hangen, te controleren of ie al droog is, enz. omdat ze me direct naar zich roept en begint te vragen wanneer ik nog eens langskom, wat en wanneer ik gegeten heb, of ik hier vanavond zal slapen, wat mijn plannen zijn voor het weekend. Ik heb duidelijk nog niet genoeg assertiviteit.
Een keer dat ik de deur van mijn slaapkamer niet had vastgedaan, stond ze al binnen; “ga eens naar beneden dat geld aannemen van mijn zus”. Ik ga buiten, maar zie enkel de buurvrouw in de deur staan. “Ik zie hier niemand” – jawel, die is het, rechtover. De overbuurvrouw is dus haar zus. Dat wist ik niet. Ik denk dat de interfamiliale relaties niet echt denderend zijn. Misschien daarom dat hun katten tegen mijn raam (gisteren) en mijn deur (deze morgen) komen pissen.
Op een nacht dat ik eens op hun balkon ging piepen, rennen ineens meer dan tien katten weg wanneer ze me opmerken. Verschrikking, eigenlijk bijna griezelig gewoon. Het zijn echt zo van die bazige katten, om schrik van te hebben. Half verwilderde katers die er gewoon agressief en ‘slecht’ uitzien. Ze houden met in de gaten met een blik van: oppassen! Alsof ze klaarstaan om me gezamenlijk aan te vallen.
De zus woont er tesamen met de moeder, en de buurvrouw is het nichtje (een mevrouw van een jaar of 50) en haar moeder (Theia, ofte Tante – potdoof is die).
Met die van hier rechtover komt ze blijkbaar niet overeen en communiceert ze enkel in geval van nood. En haar nicht, die elke dag eten voor haar klaarmaakt, dat lijkt ook een problematische relatie te zijn. Die doen niet anders dan tegen mekaar roepen, schreeuwen, en Kyria Konstandina slaagt er toch maar altijd in om ambras te veroorzaken. In my humble opinion, Dina kan een echte kenau zijn.
De nicht belt op een avond dat ik klaarsta om te vertrekken naar de tangoles (eerste keer dat ik ging kijken – georganiseerd door studenten van de unief en gratis; er is wel geen leraar :-D ) en ze rent direct naar binnen met een man (haar man?) richting badkamer. Ze willen blijkbaar per se in de badkamer zo’n extra ding hangen om handdoeken op te hangen. De man prutst een kwartiertje in de badkamer, maar uiteindelijk lukt het niet. De buurvrouw zelf praat enthousiast over dat ze ook Frans kent, over haar werk als secretaresse, en ja eigenlijk over die twee dingen continu, zonder dat ik er een speld kan tussenkrijgen. Even snel als ze binnengevallen waren, verdwijnen ze weer.
Genoeg over boven-, naast- en overburen. Mijn huisje hier is nu zowat compleet. Vandaag met Efi en haar (ex)lief naar de Praktiker gereden, de plaatselijke gamma. Ik heb nu ook zo’n veldbedje dat dienst doet als sofa in de living, volledig uitgerust keuken, zwabberbezem, tweede stoel, lampjes enzovoort. Klaar om gasten te ontvangen!! Bovendien is de telefoonlijn in orde gebracht, ik heb een vast nummer!
Op school alles rustig, eergisteren is er een jongen van de trappen gevallen - hersenschudding. Hij vroeg de hele tijd wat er gebeurd was, hij herinnerde zich niets van de val, en wist ook niet meer welke dag het was enzo. De mama werd erbij gehaald, vijf minuten later kwam ze op haar roze sloefen aangewaggeld. Kruistekens, ai panagia, wat voor een malchance heb ik toch altijd met dat kind, panagia! En nog wat kruistekentjes. Haar broer komt even later aangereden en ze brengen hem naar het ziekenhuis. De lerares Engels is bang dat ze niet voor het gerecht gesleurd worden. Tja, met zo' zootje ongeregeld gebeuren er wel vaker accidenten. In Belgie noemen ze dat ADHD, hier gewoon 'kinderen'.
Had ik al gezegd dat de temperatuur hier nog niet een keer onder de 12 graden gezakt is?
En nu: uitgang.
